top of page

Fundamentele beginselen van financiële verslaggeving

In Nederland vormen de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) samen met Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de basis voor de financiële verslaggeving van rechtspersonen. Er zijn een aantal grondbeginselen ten behoeve van het opstellen en presenteren van de jaarrekening die volgen uit Titel 9 BW en de RJ.


Niezink Finance Fundamentele beginselen van financiële verslaggeving

  1. Toerekeningsbeginsel: Bij hantering van dit beginsel worden de gevolgen van transacties en andere gebeurtenissen verwerkt wanneer zij zich voordoen (en niet wanneer geldmiddelen worden ontvangen of betaald) en worden zij in de administratie geboekt en in de jaarrekening verwerkt van de periode waarop zij betrekking hebben (RJ 930.22).

  2. Continuïteitbeginsel: De jaarrekening wordt gewoonlijk opgesteld in de veronderstelling dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd is en dat zij haar bedrijf in de afzienbare toekomst zal voortzetten. Er wordt dus aangenomen dat de onderneming noch het voornemen heeft, noch in de noodzaak verkeert om te liquideren of de omvang van haar bedrijvigheid drastisch te beperken (RJ 930.23).

  3. Voorzichtigheidsbeginsel: Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Verplichtingen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden. Voorzienbare verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar kunnen in acht worden genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden (art. 2:384 lid 2 BW).

  4. Realisatiebeginsel: art. 2:384 lid 2 BW stelt verder dat winsten slechts worden opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt.

  5. Matchingbeginsel: Opbrengsten en kosten die betrekking hebben op dezelfde prestatieverplichting of gebeurtenis worden tegelijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Deze verwerking wordt veelal aangeduid met de toerekening van de kosten aan de opbrengsten (matching). In de situatie dat aan de verwerkingscriteria van de opbrengsten uit hoofde van de verkoop van goederen wordt voldaan kunnen de kosten, waaronder de kosten die optreden na de levering van de goederen alsmede de garantiekosten, gewoonlijk voldoende betrouwbaar worden bepaald (RJ 270.114).

  6. Bestendigheids- of stelselmatigheidsbeginsel: Volgtijdelijke stelselmatigheid: slechts wegens gegronde redenen mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande boekjaar zijn toegepast. De reden der verandering wordt in de toelichting uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor vermogen en resultaat, aan de hand van aangepaste cijfers voor het boekjaar of voor het voorafgaande boekjaar (art. 2:384 lid 6 BW). Gelijktijdige stelselmatigheid: De vereiste stelselmatigheid houdt in dat voor naar aard en gebruik gelijksoortige activa of activiteiten dezelfde grondslagen en regels dienen te worden toegepast (RJ 140.202).


Conclusie

In Nederland is sprake van 6 fundamentele beginselen van financiële verslaggeving. Dit zijn de beginselen van toerekening, continuïteit, voorzichtigheid, realisatie, matching en bestendigheids- of stelselmatigheid. Deze principes zorgen voor betrouwbaarheid en consistentie in financiële rapportages, essentieel voor stakeholders zoals investeerders, regelgevende instanties en het management.

Comments


bottom of page