top of page

Miljoenennota 2024: Samenvatting fiscale wijzigingen voor bedrijven

Op 19 september 2023 heeft het kabinet het pakket Belastingplan 2024 bij de Tweede Kamer ingediend. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting? En, wat zijn de gevolgen op het gebied van duurzaamheid en personeel. Deze zaken worden in dit artikel voor u uiteengezet. Alle maatregelen gaan in per 2024, tenzij anders vermeld.


Miljoenennota 2024: Samenvatting fiscale wijzigingen voor bedrijven

1 Inkomstenbelasting

Wat zijn de gevolgen van de maatregelen voor wat betreft de inkomstenbelasting in box 1, 2 en 3 en de impact voor u als ondernemer?


Afschrijvingsmogelijkheid onroerende zaken (sectie 1.1) In 2024 kan alleen worden afgeschreven op onroerende zaken als de boekwaarde meer dan 100% van de WOZ-waarde bedraagt, terwijl dit in 2023 nog 50% was.


Verruiming herinvesteringsreserve (HIR) (sectie 1.2) Het gebruik van een HIR, bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen te gebruiken, wordt verruimd.


Zelfstandigenaftrek (sectie 1.3) De zelfstandigenaftrek wordt verlaagd van € 5.030 in 2023 naar € 3.750 in 2024.


Startersaftrek (sectie 1.4) De hoogte van de startersaftrek blijft onveranderd.


MKB-winstvrijstelling (sectie 1.5) De MKB-winstvrijstelling wordt verlaagd van 14% in 2023 naar 12,7% in 2024.


Tarieven inkomstenbelasting (sectie 1.6)

Box 1: De eerste schijf binnen box 1 wordt verhoogd van 36,93% naar 36,97%. De grens van schijf 2 wordt per 2024 verhoogd van € 73.031 naar € 75.624.

Box 2: In 2023 was sprake van slechts 1 tarief van 26,9%. In 2024 komen er twee tarieven. Tot € 67.000 is het instaptarief van 24,5% en daarboven het hoge tarief van 31%.

Box 3: Het tarief in box 3 wordt verhoogd van 32% naar 34%.


1.1 Beperking afschrijvingsmogelijkheid onroerende zaken

Per 1 januari 2024 kan voor de inkomstenbelasting op onroerende zaken slechts worden afgeschreven voor zover de boekwaarde meer bedraagt dan 100% van de WOZ-waarde. In 2023 was dit nog 50% van de WOZ-waarde. Met deze maatregel wordt de afschrijvingsmogelijkheid gelijk getrokken met de vennootschapsbelasting. In de vennootschapsbelasting was de mogelijkheid tot afschrijven al begrensd op 100% van de WOZ-waarde.


1.2 Verruiming herinvesteringsreserve

De mogelijkheid om de herinvesteringsreserve (HIR) bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen te gebruiken, wordt verruimd. De verruiming houdt in dat in geval er een gedeeltelijke staking van de onderneming plaatsvindt en de ondernemer investeringen doet in een nieuwe onderneming, een eventueel gevormde HIR bij de met de staking behaalde winst afgeboekt kan worden op deze investeringen in die nieuwe onderneming. Er moet dan wel sprake zijn van vervreemding van het bedrijfsmiddel in het kader van overheidsingrijpen. De termijn voor het afboeken van de HIR is uiterlijk drie jaar na het jaar van vervreemden in dat geval.


1.3. Zelfstandigenaftrek

Een ondernemer in de inkomstenbelasting heeft recht op een zelfstandige aftrek. Hiervoor moet de ondernemer voldoen aan het urencriterium. Dit wil zeggen dat een ondernemer minimaal 1.225 uur aan het bedrijf heeft gewerkt.

In 2023 is er een beslissing genomen om de zelfstandigenaftrek sneller te verminderen. Hiermee wordt beoogd het fiscale voordeel van zelfstandige ondernemers in vergelijking met werknemers in loondienst te verminderen. In 2023 bedroeg de zelfstandigenaftrek € 5.030. In 2024 zal de zelfstandigenaftrek worden verlaagd naar € 3.750.


1.4. Startersaftrek

De startersaftrek is een extra bedrag bovenop de zelfstandigenaftrek. Ondernemers voor de inkomstenbelasting kunnen de startersaftrek maximaal 3 keer toepassen in de eerste 5 jaar na de start van hun onderneming. In 2023 bedroeg de startersaftrek € 2.123, en dit blijft ongewijzigd voor het jaar 2024.


1.5. MKB-winstvrijstelling

In 2023 mochten bedrijven die onder de MKB-winstvrijstelling vallen 14% van hun winst aftrekken, nadat de winst was verminderd met de ondernemersaftrek. In 2024 zal de MKB-winstvrijstelling echter worden verminderd naar 12,7%.


1.6. Tarieven inkomstenbelasting


Box 1

In 2024 zal het belastingtarief in schijf 1 stijgen van 36,93% naar 36,97%. Tegelijkertijd wordt de grens tussen de belastingschijven verhoogd van € 73.031 naar € 75.624.


Box 2

In 2023 bedroeg het tarief voor belastbaar inkomen uit een aanmerkelijk belang 26,90%. Vanaf 2024 zullen er in box 2 van de inkomstenbelasting twee tariefschijven zijn. De eerste schijf is van toepassing op inkomens tot € 67.000 en heeft een tarief van 24,5%. Inkomens boven € 67.000 vallen onder de tweede schijf met een tarief van 31%.


Box 3

Box 3 heeft betrekking op het belastbare inkomen dat voortkomt uit sparen en beleggen. In 2023 was het tarief hiervoor 32%. In 2024 zal dit tarief worden verhoogd naar 34%.


2 Vennootschapsbelasting

Wat zijn de gevolgen van de maatregelen voor wat betreft de vennootschapsbelasting en de impact voor u als ondernemer?


Tarief vennootschapsbelasting (sectie 2.1) De tarieven voor de vennootschapsbelasting blijven ongewijzigd in 2024.


Afschaffing giftenaftrek voor BV (sectie 2.2) Vanaf 2024 kan er geen gebruik meer worden gemaakt van de zakelijke giftenaftrek.


2.1 Tarief vennootschapsbelasting

De tarieven in de vennootschapsbelasting blijven in 2024 ongewijzigd. Ondernemers met een BV of NV dienen vennootschapsbelasting te betalen over hun belastbare winst. In 2023 zijn er twee schijven van toepassing. De eerste schijf is van toepassing op winsten tot € 200.000 en kent het lage tarief van 19%. Voor winsten boven € 200.000 geldt het hoge tarief van 25,8%.


2.2 Afschaffing giftenaftrek voor BV

Vanaf 1 januari 2024 zal de mogelijkheid om gebruik te maken van de fiscale aftrekbaarheid van zakelijke giften niet meer beschikbaar zijn. Dat betekent dat giften aan Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) en Sociaal Belang Behartigende Instellingen (SBBI’s) niet langer van de winst afgetrokken mogen worden. Tegelijkertijd zal een niet-zakelijke gift aan een ANBI of SBBI niet langer gezien worden als een verkapte winstuitdeling aan de aandeelhouder.


3 Duurzaamheid

Ook op het gebied van duurzaamheid is sprake van een aantal consequenties. Lees hieronder meer.


3.1 Energie-investeringsaftrek

Ondernemers die investeren in energiezuinige en milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen kunnen in aanmerking komen voor de Energie-investeringsaftrek (EIA). Daarmee mag een percentage van de kosten van de investering van de winst worden afgetrokken, waardoor je minder belasting betaald.

Deze Energie-investeringsaftrek voor ondernemers wordt verlengd met vijf jaar, tot 2028. Het percentage van de investeringskosten dat ze kunnen aftrekken, zal echter in 2024 dalen van 45,5% naar 40%. Om hiervoor in aanmerking te komen moet de investering minimaal 2.500 euro en maximaal 136 miljoen euro bedragen.


3.2 Verduurzamen bedrijfspand

In 2024 wordt de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) uitgebreid. Met deze regeling kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor het verduurzamen van hun bedrijfspand. Zij kunnen deze subsidie vanaf 2024 dan gebruiken voor:

  • isolatiemaatregelen;

  • (hybride) warmtepompen;

  • zonneboilers;

  • aansluitingen op een warmtenet;

  • elektrische kookvoorziening.

Belangrijk om te weten is dat als een ondernemer gebruikmaakt van de ISDE-subsidie, dezelfde investering niet kan worden aangemeld voor de Energie-investeringsaftrek.


3.3 Duurzaamheidsrapportages

Vanaf 2024 zullen alle beursgenoteerde bedrijven en grote ondernemingen verplicht zijn om rapporten uit te brengen over hun duurzaamheidsbeleid en prestaties. Deze verplichting is het resultaat van de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). De CSRD verplicht bedrijven om transparant te zijn over de milieu- en sociale impact van hun activiteiten. Deze informatie moet vervolgens worden gecontroleerd door een accountant.

De CSRD is van toepassing als de onderneming aan minimaal 2 van deze eisen voldoet:

  • meer dan € 40 miljoen netto-omzet;

  • meer dan € 20 miljoen op de balans;

  • 250 of meer werknemers.


4 Personeel en loonbelasting

Op het gebied van personele kosten kunt u de volgende wijzigingen verwachten:


Onbelaste vergoeding voor personeel (sectie 4.1) De vrije ruimte in 2023 was 3% over de eerste € 400.000 van de loonsom. In 2024 daalt deze fiscale faciliteit naar 1,92%.


Reiskostenvergoeding omhoog (sectie 4.2) De reiskostenvergoeding stijgt van € 0,21 p/km naar € 0,23.


OV-kaart verstrekken aan personeel wordt eenvoudig (sectie 4.3) Als de werknemer de OV-kaart zakelijk gebruikt dan hoeft de werkgever geen loonheffing in te houden en af te dragen.


Info aanleveren over woon-werkverkeer van personeel (sectie 4.4) Bedrijven met 100 medewerkers of meer moeten verplicht gegevens aanleveren over de woon-werkmobiliteit en het zakelijke verkeer van hun medewerkers.


Minimum uurloon (sectie 4.5) Het minimum uurloon wordt gebaseerd op 36 uur per week. Werknemers met een voltijds dienstverband van méér dan 36 uur gaan meer verdienen.


4.1 Onbelaste vergoeding voor personeel

In 2023 is de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) over het fiscale loon tot en met € 400.000 tijdelijk verhoogd naar 3%. Dit zal in 2024 worden verlaagd naar 1,92%. Met andere woorden, in 2024 mag maximaal € 7.680 belastingvrij aan medewerkers worden gegeven. Dit is aanzienlijk minder dan het bedrag van € 12.000 dat in 2023 geldt. Over het bedrag van de loonsom boven € 400.000 is de vrije ruimte in 2023 1,18%. Dit percentage blijft ongewijzigd.


4.2 Reiskostenvergoeding omhoog

Volgens de werkkostenregeling (WKR) heeft een werkgever de mogelijkheid om werknemers een belastingvrije vergoeding te geven voor de zakelijke en woon-werk kilometers die ze afleggen. Deze maximale vergoeding bedroeg lange tijd € 0,19 per kilometer, maar is per 1 januari 2023 verhoogd naar € 0,21 per kilometer. In 2024 zal deze maximale vergoeding opnieuw worden verhoogd naar € 0,23 per kilometer.


4.3 OV-kaart verstrekken aan personeel wordt eenvoudiger

Momenteel vereist het geven en vergoeden van een ov-kaart veel administratieve taken voor werkgevers. Bovendien moeten werkgevers loonbelasting inhouden en afdragen als een werknemer de ov-kaart niet voldoende voor zakelijke doeleinden gebruikt. In 2024 is het niet langer nodig voor de werkgever om loonbelasting in te houden en af te dragen. Ook hoeft de werkgever niet langer te controleren of de vergoeding niet hoger is dan de daadwerkelijke kosten voor zakelijk gebruik.


4.4 Info aanleveren over woon-werkverkeer van personeel

Bedrijven met een personeelsbestand van 100 medewerkers of meer zijn vanaf 1 januari 2024 verplicht om gegevens te verstrekken met betrekking tot de manier waarop hun werknemers van en naar het werk reizen en hoe ze zakelijke reizen maken, met als doel om de CO2-uitstoot te verminderen.


4.5 Minimum uurloon

Op dit moment hanteren sectoren verschillende werkweken van 36 uur of 40 uur. Ondanks dit verschil in wekelijkse arbeidsuren, is het minimumloon gelijk. Dit betekent dat een werknemer die 36 uur per week werkt, een hoger minimumuurloon heeft dan een werknemer met 40 uur per week. Het nieuwe wettelijke minimumuurloon wordt gebaseerd op een voltijds dienstverband van 36 uur per week. Dit betekent dat werknemers met een voltijds dienstverband van meer dan 36 uur vanaf 1 januari 2024 meer zullen verdienen, op voorwaarde dat de contracturen hetzelfde blijven. Hierdoor hebben zij recht op een loonsverhoging.


Disclaimer

De inhoud van deze publicatie is uitsluitend voor informatieve doeleinden opgesteld en bevat geen professioneel advies en mag dan ook niet als een substituut daarvoor worden beschouwd. Niezink Finance B.V. aanvaardt derhalve geen aansprakelijkheid voor gevolgen die kunnen optreden indien op basis van de inhoud van deze publicatie al of niet wordt gehandeld dan wel anderszins besluiten worden genomen.

Comments


bottom of page